Creatieteam

Permalink to Campinggast 7/8: Begripvolle buurvrouw Tinie

Campinggast 7/8: Begripvolle buurvrouw Tinie

Jij dacht je moeder thuisgelaten te hebben toen je naar de camping reed? Dan heb je niet op Tinie gerekend. Een schat is het, daar niet van. Ze is altijd bereid om te helpen en wil zich absoluut niet opdringen. Net als je moeder. Het punt is: ze is zo aanwézig, zelfs als je haar niet ziet of hoort. Uitgerekend op die ene tropische zomerdag vertrekken jullie naar vakantiepark Welgelegen. Oververhit trekken de kinderen er lukraak weekendtassen uit de kofferbak, vinden met veel misbaar hun zwemkleding en vertrekken naar het meertje. Jullie keurig aangeharkte comfort staanplaats met privé-toilet (met douche werd nog duurder) lijkt alsof er een ontploffing heeft plaatsgevonden.

Illustratie: Simon Weeda voor de Telegraaf

‘Ik wil me nergens mee bemoeien…’ Een rood hoofd onder een rieten zonnehoed steekt om de heg. ‘Doe dat dan ook niet’, mompelt je wederhelft die inmiddels de tentzakken uit de dakkoffer in het gras kwakt. ‘…maar jullie zien eruit alsof je wel een verfrissinkje kunnen gebruiken!’ Nou… inderdaad! Wat een genot om die ijskoude cola, de aangereikte bekertjes negeer je, zo vanuit de fles naar binnen te gieten. ‘Ik zal jullie verder niet lastig vallen, jullie hebben het hartstikke druk!’ En weg is Tinie.
Gelukkig krijg je snel de kans haar te bedanken. Zodra jullie spiksplinternieuwe gezinstent met drie slaapcabines staat (jullie hadden al een keer proef-gekampeerd op het sportveld thuis) komt Tinie langs, aan elke hand een onwillig roodverbrand kind. ‘Ze wisten de weg niet meer naar jullie tent, de arme schatten!’

Tinie vindt het gewoon heerlijk om te zorgen. Ze heeft niet genoeg aan haar man. Haar kinderen en kleinkinderen wonen weliswaar in de buurt van Welgelegen, maar hebben hun eigen leven. ‘Ik wil me nergens mee bemoeien’, Tinie komt op het ontmoetingsplein naar je toe, ‘maar de intekenlijst voor de huifkartocht is al bijna vol. Mogen jouw kinderen niet mee? Ik heb ze er voor de zekerheid maar opgezet, onder de namen van mijn kleinkinderen.’ Als je vervolgens uit het winkeltje komt, blijkt je fiets op slot gezet. Woest op die verdomde hangpubers sjouw je de loodzware tas met vergeten boodschappen naar de andere kant van de camping. Zo heerlijk rustig, maar overal ver vandaan. ‘Weet je wat het is?’, Tinie blijft altijd aan de grens van jullie staanplaats, ‘zelfs op een camping als deze wordt van alles gestolen. Gelukkig wist ik dat het jouw fiets was.’ En ze wappert met het gewraakte fietssleuteltje.
Alle goede bedoelingen ten spijt, je merkt dat je voortaan linksaf slaat als je naar de receptie loopt. Sla je rechtsaf (scheelt echt vijf minuten), dan zwaai je naar Tineke op haar almaar kinderloze kampeerplaats. Anders vraagt Tinie even later of alles wel goed gaat.

‘Weet je wat het is?’ vertrouwt Tinie je toe als jullie zij aan zij aan de afwas staan bij het toiletgebouw. ‘Wij wonen aan de andere kant van het land en zien de kinderen zó weinig. Daarom kamperen we een paar keer per jaar op Welgelegen. We maken graag uitstapjes met de kleintjes en iedereen is altijd welkom om mee te eten. We doen alles voor ze, echt alles. Maar ze zien het niet hoor.’ En terwijl jij je schone vaat in het teiltje stapelt, neemt Tinie ook jouw aanrecht met haar schuursponsje even grondig mee.

Deze column verscheen eerder in de zomerspecial 2019 van de Telegraaf



MarjoleinePortret