Creatieteam

Permalink to Campinggast 8/8: Jan het servicebureau

Campinggast 8/8: Jan het servicebureau

Jan deelt zijn kennis en kunde graag met een ander. In dit geval is dat zijn mede-kampeerder en nog specifieker: jij. Als een wandelende encyclopedie kuiert hij over de camping, zijn handen ontspannen op zijn rug gevouwen. Aanmelden, openingstijden, op welke plee mag jij (of in zijn woorden: welk sanitair is er voor welke staanplaatsen) en absoluut geen shorts in het zwembad… op jouw zoekende blik bij de receptie krijg je per ommegaande een uitgebreid introductiepraatje. Als je even later het reglement naast de deur van het kantoortje bekijkt, is het alsof je Jan hoort.
Hartstikke handig is het, zo’n Jan in de buurt. ‘Mag ik je nog iets vragen?’, probeer je terwijl hij een kopje koffie van zijn vrouw krijgt aangereikt. Jan veert direct op en loopt met je mee om uit te leggen hoe de veiligheidssluiting van de stroomkastdeur werkt zodat je eindelijk de kabel kunt aansluiten en jullie koelkastje vol bier, wijn en worstjes zijn werk kan doen. ‘Rol je nog wel even je haspel uit?’ raadt hij aan. ‘Anders vliegt hij door oververhitting nog in de brand.’ Eh… dank je wel Jan! En weg is Jan, want naast jullie komen net nieuwe kampeerders aan die het allemaal ook nog niet weten.

Servicebureau Jan weet alles

Illustratie: Simon Weeda voor de Telegraaf

‘Da’s wel de duurste slager van het dorp’, merkt Jan op als je langsloopt met de boodschappen. ‘Iets verderop zit een keurslager, zijn metworst is niks maar hij heeft geweldige barbecue-pakketten. Wacht, ik heb zijn kaartje nog ergens…’ Het loont om Jans advies op te volgen, want inderdaad heb je nog nooit zulke malse spareribs op het rooster gehad. Je auto parkeer je nu net als Jan achter de bungalows, want -toegegeven – er is daar altijd plek. En vooruit dan, de rode wandelroute is het leukst, de weg naar het dorp het snelst door het bos en ja hoor, er staat inderdaad een vers gepoetst douchehokje voor je klaar als je stipt 10 over 7 doucht (‘t is wel allemachtig vroeg zo op een vakantiedag…).

Eerder stonden Jan en zijn vrouw jarenlang op een camping een paar kilometer verderop. Ze hadden het heel erg naar hun zin totdat een andere Jan zo nodig de Jan wilde uithangen. Jan bleef lang in zijn rol, maar de situatie werd langzamerhand onhoudbaar. Jans vrouw polste haar klaverjasmaatje uit het dorp. En zo kwamen ze op de grotere Boshoek met alleen maar ‘schatten van mensen’. Voorbij was het almaar tegen elkaar op moeten bieden alsof de Jannen aan De slimste mens meededen. Jan maakte zich razendsnel de ontbrekende Boshoek-mores eigen en werd weer dé Jan van de camping. En het mooie is, vertelt zijn vrouw je stralend terwijl jullie wachten tot de wasmachines in de wasserette zijn uitgebonkt, dat Jans tips nu nog nuttiger zijn omdat hij vergelijkingsmateriaal heeft.

Als jullie oudste zoon door buikgriep moet afhaken bij de pubquiz in de kantine, lijkt het je een briljant idee om Jan in zijn plaats te vragen. Zijn naam ontbrak tot je verbazing op de inschrijvingslijst. Enigszins beschroomd loop je naar zijn caravan. Tenslotte vraag je hem vooral omdat je wilt winnen.
‘Wat?’ Jan kijkt je verbaasd aan. ‘Die pubquiz?’ Zijn vrouw begint te lachen. ‘Dat soort dingen doet Jan niet hoor’, zegt ze. ‘Hoe meer je weet, hoe meer je weet dat je niks weet’, vindt Jan. En weg is ie, een verdwaalde kampeerder op weg helpend naar de achteruitgang van de Boshoek.

Deze column verscheen eerder in de Telegraaf



MarjoleinePortret